|
Sherlock heet hij, en het is inderdaad een speurneus. Longarts Jan van der Maten van het Medisch Centrum Leeuwarden doet mee aan wetenschappelijk onderzoek naar medische toepassingen van de elektronische snuffelaar. Wat in een fabriek al lang kan, moet in een ziekenhuis of huisartsenpraktijk ook kunnen: elektronische sensoren die de lucht besnuffelen en analyseren. In de industrie gaat het om het opsporen van bederf of gas, in de gezondheidszorg zou hetzelfde apparaat longaandoeningen kunnen opsporen.
In het Academisch Medisch Centrum Amsterdam leidt hoogleraar Peter Sterk het onderzoek naar medische toepasbaarheid van de elektronische neus. Het MCL neemt delen van dat onderzoek voor zijn rekening en daar is longarts Jan van der Maten erg mee in zijn nopjes. ,,Het biedt de kans om patiëntenzorg, die hier natuurlijk voorop staat, te combineren met wetenschappelijk onderzoek.’’
Van der Maten zet een knijper op zijn neus om te laten zien hoe het werkt. Eerst ‘wast’ een proefpersoon zijn longen door vijf minuten te ademen via een filter. Dan blaast hij een plastic zak vol lucht. Pas daarna komt de elektronische neus eraan te pas. Die steekt zijn naaldvormige neusgat in de zak een laat de lucht langs 32 sensoren circuleren. Ze zijn in staat elk spoor van vluchtige organische stoffen waar te nemen. Niet om een chemische analyse te leveren, maar om patronen in de uitgeademde lucht te herkennen.
Zo’n apparaat is net een politiehond. Het moet eerst worden getraind. Door talloze ademzakken van mensen met dezelfde soort aandoening te ruiken, is het na een tijd in staat de geur te herkennen, zoals een hond een spoor. Misschien is het een doodlopende weg, maar Van der Maten hoopt dat er muziek in zit voor de gezondheidszorg. ,,Het is nog lang niet zo ver, maar het zou op den duur de diagnostiek flink kunnen versimpelen.’’, zegt hij.
Het apparaat is met een kostprijs rond €8000 voor elke huisarts betaalbaar. De longarts ziet het voor zich: een keer blazen bij de huisarts maakt duidelijk of er serieuze verdenking is van astma, longembolie of kanker. Dure, tijdrovende en voor de patiënt vervelende onderzoeken zouden kunnen worden overgeslagen. ,,Maar misschien valt het wel heel erg tegen’’, zegt Van der Maten nuchter.
Tot nu toe heeft hij een groep rokers aan de elektronische neus gehad. Het opmerkelijke bij dat onderzoek was, dat de sensoren vlak na het roken van een sigaret door de proefpersonen geen verschil waarnamen, maar een tijdje later wel. ,,Kennelijk is er een effect op de stofwisseling. Dat geeft te denken. Het kan een klein puzzelstukje zijn in het denken over roken.’’
De elektronische snuffelaar, vermoedt Van der Maten, zou de bestaande indeling van ziektebeelden wel eens op zijn kop kunnen zetten. ,,Nu maken we grofweg onderscheid tussen astma en copd. De neus kan wel eens heel andere scheidslijnen trekken. En hoe beter je iets snapt, hoe beter je de therapie op de aandoening kunt toesnijden. Nu schieten we als het ware met een schot hagel.’’
Het Leeuwarder onderzoek zal zich de komende jaren onder meer toespitsen op de effecten van zuurstoftoediening bij longaandoeningen, en op de effecten van het gebruik van luchtwegverwijdende stoffen op het geurpatroon. ,,Er zijn nog heel veel stappen nodig, voordat het echt toepasbaar is’’, zegt Van der Maten. Hij hoopt dat die stappen hem stof leveren voor een proefschrift.
Leeuwarder Courant, 1 december 2007, door Chiel Evers
|