In de behandeling van longkanker wordt vooruitgang geboekt. Maar in de berichtgeving moet wel op de nuance worden gelet.

PIER EPPINGA, longarts Nij Smellinghe

In de Leeuwarder Courant van 17 oktober stond een artikel van Will Gerritsen met als kop ‘Slimme oorlog tegen tumoren’. Op zich waardeer ik deze publicatie. De behandeling van longkanker is inderdaad in ontwikkeling, onder andere door betere mogelijkheden om de tumorcellen te karakteriseren. Ook is de diagnostiek verder verfijnd bijvoorbeeld door het toepassen van de PET-CT in de diagnostiek.
Bij de behandeling wordt meer frequent gekozen voor een combinatie van verschillende modaliteiten van behandelingen. Wat betreft de radiotherapie is er de laatste tijd een snelle ontwikkeling van nieuwe bestralingstechnieken met gebruikmaking van geavanceerde computertechnieken.
Er moet echter wel op gewezen worden dat de inhoud van het artikel betrekking heeft op een selectie van de totale groep patiënten met longkanker. Meer dan 35 procent komt bij de longarts als nieuwe patiënt als er al sprake is van uitzaaiingen buiten de longen. Ook komt slechts 20 procent in aanmerking voor een operatieve behandeling, waarvan de overlevingsresultaten over het algemeen het beste zijn.
In het artikel komt onvoldoende duidelijk naar voren dat de voorgestelde vorm van 4D-radiotherapie alleen maar toegepast kan bij longtumoren die zich alleen in de long zelf bevinden, de zogenaamde T1- en T2-tumoren zonder aanwijzingen voor uitzaaiingen in de lymfeklieren of in andere organen. Deze groep zal niet meer dan 20 procent van de totale groep uitmaken. Dus 80 procent komt niet voor deze behandeling in aanmerking.
Ook wordt een opmerking gemaakt dat de combinatie van chemo- en radiotherapie veel belovend is. Deze combinatie van behandeling, vooral als zij tegelijk wordt toegepast, leidt tot betere behandelresultaten. Maar daarbij moet direct opgemerkt worden dat de behandeling ook veel meer bijwerkingen kent dan alleen behandeling met chemo- of radiotherapie. Helaas verkeren veel patiënten in zo'n matige conditie dat dit niet bij hen kan worden toegepast.
Hoogleraar Philippe Lambin, werkzaam in het academisch ziekenhuis in Maastricht, het azM, vertelt in de Leeuwarder Courant  dat de 2-jaarsoverleving 50 procent is voor een groep patiënten die palliatief wordt behandeld. Dit getal kan aanleiding geven tot een onjuiste interpretatie en valse verwachtingen. Ten eerste heeft dit betrekking op een kleine, geselecteerde groep patiënten met longkanker. Ten tweede is de 5-jaarsoverleving het getal waarop een behandeling in de wetenschappelijke literatuur meestal op waarde wordt beoordeeld. Twee jaar is vaak een te korte tijd van observatie om een goede beoordeling te geven over de meerwaarde van een nieuwe behandeling.
Het ware goed geweest als de journalist navraag had gedaan bij de longartsen en radiotherapeuten in Fryslân. Dan was duidelijk geworden dat ook in onze provincie op het gebied van longkanker de ontwikkelingen niet achterblijven. In het Radiotherapeutisch Instituut Friesland in Leeuwarden wordt op korte termijn gestart met het toepassen van zogenaamde 4D-radiotherapie. De combinatie van chemo- en radiotherapie wordt al langere tijd bij patiënten in Fryslân toegepast. Al enkele jaren wordt de PET-CT scan gebruikt bij de diagnostiek van longkankerpatiënten.
Goed nieuws is vaak dichter bij huis te verkrijgen dan gedacht, zo laat ook de behandeling van longkanker in de provincie Fryslân zien.

Verschenen in de Leeuwarder Courant van woensdag 21 oktober 2009.





Dokkum
Drachten
Heerenveen
Leeuwarden & Harlingen
Sneek

selecteer ziektebeeld




. .


home
longartsen
patient informatie
wetenschappelijk onderzoek
nieuws
contact
dislaimer